Site logo
Site logo
myExtraContent1
myExtraContent5

Business Strategy in Telecommunications

Site logo
Breedband in de buitengebieden.
Ons ingenieursbureau heeft een langjarige, ook Europese, ervaring met breedband in de buitengebieden. Wij kunnen volledig inspelen op de in gang gezette plannen van het Ministerie EZ en enkele Provincies. Voor breedband in de buitengebieden werkt dit ministerie samen met provincies en gemeenten aan een oplossing, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het Connecting Europe Facility, het Europese instrument voor vitale infrastructuren. Ook ziet het ministerie in de praktijk dat marktpartijen, bewoners en bedrijven op bedrijventerreinen ook zelf de handen ineen slaan en een oplossing zoeken voor dit buitengebied bijvoorbeeld via een coöperatieve lening. Met een dergelijke lening financiert men gezamenlijk de onrendabele kop van een investering van een eigen coöperatief regionaal netwerk in de „witte” gebieden. Het ministerie kijkt met provincies en gemeentes ook naar manieren om dit soort initiatieven te ondersteunen. Minister Kamp maakte dit eind 2012 wereldkundig.

Gemeenten mogen geld in glasvezel steken.
Dan komt als een te voorziene taak aan de orde, voor het gemeentelijk handelen, het bevorderen van een open en non-discriminatoire toegang tot de openbare telecomnetwerken. Open toegang en nondiscriminatoire toegang houdt in dat het netwerk onder gelijke condities beschikbaar is voor concurrerende aanbieders van elektronische communicatiediensten.

„In 2020 moet 90 procent van Nederland, burgers en bedrijven, beschikking hebben over superbreedband. Dat is uiteindelijk alleen glasvezel, de tv-kabel kan het na 2015 mogelijk niet meer bijbenen. De markt kan het niet alleen af. Zonder de investeringen van gemeenten komt de realisering van supersnel breedband in Nederland "niet, of niet snel genoeg voor elkaar." Dat is kort gezegd de conclusie van het rapport van de Task Force Next Generation Networks (NGN) ofwel 'supersnel breedband' dat in maart 2010 werd aangeboden aan de demissionaire minister van Economische Zaken van der Hoeven. Haar staatssecretaris, Heemskerk, had de opdracht gegeven.
De Task Force gaat ervan uit dat op dit moment een gemiddelde downloadsnelheid van 5 Mbps (voor kleingebruikers) tot 14 Mbps (voor grootgebruikers) standaard is. In 2015 zal de vraag naar bandbreedte zijn doorgegroeid richting gemiddeld 20 tot 75 Mbps. Voor 2020 is de verwachting dat deze groei verder gaat naar gemiddeld 75 tot 400 Mbps.

Steeds meer uploadbehoefte.
Supersnel breedband moet in ieder geval die bandbreedte ondersteunen. Wat upload betreft is de verwachting' dat de behoefte aan bandbreedte voorlopig niet symmetrisch is, dus downloadsnelheden blijven het belangrijkst. Dit in tegenstelling met de trend die Reggefiber zegt te zien en die volgens de kabelsector onjuist is. De Task Force steunt in deze kwestie de kabel, maar heeft een boodschap die voor de kabel niet gunstig is:
"Supersnel breedband heeft in 2015 een verhouding tussen down- en uploadsnelheid van 5:1 in 2015, doorgroeiend naar 4:1 in 2020. De capaciteit van het verzenden moet dus fors toenemen ten opzichte van de huidige situatie die circa 10:1 bedraagt."
Over vijf jaar zit de tv-kabel aan zijn maximumcapaciteit, menen de onderzoekers op grond van verwachtingen: in 2015 voldoen twee technologieën aan de gestelde specificaties: Fiber to the Home (FttH, glasvezel) en coax (het traditionele televisiekabelnetwerk) op basis van Eurodocsis 3.0. ADSL, maar ook VDSL waar KPN op korte termijn zijn toevlucht toeneemt om de concurrentie van de kabel te weerstaan, voldoen niet aan de specificaties van supersnel breedband.

Open netwerken.
Of coax het zal halen om aan de specificaties te voldoen hangt af van het toenamen van de upload- snelheid van de kabel. Maar dat is niet het enige volgens de Task Force. Wat betreft openheid en gegarandeerde betrouwbaarheid heeft de kabel ook nog een aantal stappen te zetten. Het uitgangspunt van de Task Force is immers, zoals verwacht, dat netten open staan voor aanbieders van diensten. En dan moet in 2016 de dekkingsgraad van supersnel breedband 50 procent van de Nederlandse bevolking en het mkb bedragen en in 2020 tegen de 90 procent. Voor de resterende buitengebieden is geen ambitie te formuleren.
Immers, de vraag naar breedbanddiensten zal de komende jaren groeien met 30 tot 40 procent per jaar door triple play, maar ook meer zorg op afstand, beveiliging, onderwijs, energiebeheer en besparing, thuiswerken en gaming. "Al deze nieuwe diensten bieden enorme kansen voor de Nederlandse economie en maatschappij, én voor de duurzaamheid van beiden."

Wel overheidsfinanciering.
Op het moment zijn er 500.000 FttH-aansluitingen. De uitrolcapaciteit van glasvezel bedraagt nu 350.000 per jaar. De uitrolcapaciteit toenemen tot maximaal 600.000 per jaar, wanneer gemeenten zorgen voor voldoende vraag en het proces en de financiering faciliteren. De kernvraag is uiteindelijk: mogen gemeenten en provincies geld steken in de komst van supersnel breedband? Het antwoord is ja. In de praktijk betekent dat nu glasnetten in plaats van koper. De tv kabelsector zal zich moeten beraden of ze toch wil meedoen in financiering van de overgang van glas tot haar netten. Dat 'ja' is uiteraard aan voorwaarden verbonden, maar die zijn verruimd als de Crisis- en Herstelwet van kracht wordt. Teneinde snel inzicht te bieden zijn alle elementen neergelegd in een 'menukaart' maar die kan niet zonder uitgebreide toelichting. Wat betreft financiering biedt die kaart twee mogelijkheden.
Ten eerste is dat een marktconforme garantstelling, lening of combinatie daarvan. Die moet bij voorkeur onder de 50 procent van de kosten blijven en wordt verstrekt als een hypotheek: als het misgaat neemt de gemeente het net over.
Ten tweede is dat zelf geld steken in het superbreedbandnet. In dat geval gaat het om een marktconforme participatie waarbij het totale aandeel van de overheid moet bij voorkeur onder de 50 procent blijven.

Randvoorwaarden.
Na invoering van de Crisis- en Herstelwet wordt artikel 5.14 van de Telecomwet zodanig veranderd dat gemeenten mogen deelnemen in netten indien ze open toegang kunnen afdwingen. Verder zegt de Task Force als voorwaarden dat een gemeente zich niet operationeel met het net moet bezighouden en dat er met de organisatie en functies een scheiding moet zijn tussen de overheid en bedrijf.
Gemeenten kunnen ook niet deelnemen in exploitatie, maar moeten dan de 'exit-strategie' bepalen en met de provincie beoordelen wat nu ‚marktconform’ investeren is en hoe lang de investering moet duren. De provincie kan financiering door gemeenten ook bundelen en gezamenlijk behandelen.
De Task Force adviseert overheden ook: "Stel uw ambitie vast voor uw gehele gebied, maar ga van start in commercieel aantrekkelijke gebieden, met de harde afspraak om ook minder aantrekkelijke gebieden te verglazen. Deze keuze levert een rendabele business case op. Het voorkomt daarnaast een digitale tweedeling."
Ondanks strenge voorwaarden is er tot op heden is er een record aantal glasvezelsubsidies en -investeringen goedgekeurd. Eurocommissaris voor ICT, mevrouw Kroes, liet zich in het voorjaar 2010 positief uit over een plan voor glasinvestering van de provincie Limburg.

EZ moet actief zijn.
Daarnaast adviseert de Task Force aan het ministerie om na te gaan of de OPTA verplichtingen voor openheid in de exploitatie stimulerend werken voor de komst van nieuwe diensten. Ook kunnen participerende overheden voor superbreedband praten met infrastructuurpartijen, financiële instellingen, VNG (gemeenten), IPO (provincies) en Aedes (woningcorporaties). De Task Force ziet ook voor woningcorporaties een actieve rol weggelegd. "Belangrijk daarbij is dat er een visie wordt uitgedragen waarbij het zo spoedig mogelijk verkrijgen van supersnel breedband in geheel Nederland als prioriteit wordt gesteld."

Breedbandmonitor.
De Task Force benadrukt dat EZ een 'breedbandmonitor' moet opzetten om periodiek in kaart te brengen welke aansluitingen er waar beschikbaar zijn met de groei; met de snelheden, kwaliteit en openheid.



myExtraContent7
myExtraContent8